Welkom bij Fandata
 Aanmelden  
donderdag 27 februari 2020 
Online databases
· Fandata online
· Online boeken
· Linken
· Downloads
· Kunst

Allerlei
· Zoeken

Kunstgallerij
Frank Frazetta
Frank Frazetta
 

Taalselectie
Selecteer interface taal:
EngelsNederlands

Boeken online

ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Ter beschikking gestelde titels Alle online te lezen titels

Peter Motte

De Wereld der Fantasie

779 woorden

1

Voor me rees uit de dorre bodem een hoge, smeedijzeren poort op, bovenaan afgerond door een zware, stenen boog en geschraagd door twee kolossale, marmeren zuilen. Vandaar ontspon zich eindeloos een rotsachtige muur, die het panorama met een beslistheid afgrensde alsof niets anders werkelijkheid was.

Maar voor ik me zo dicht bij de barrière bevond, onderzocht ik vanop een heuveltop de doodse vlakte, die slechts hier en daar met distels was begroeid en door het schemerduister sinister leek. Ik meende een flauw, hoopvol licht te zien, dat zich als een verwaaide blauwe nevel over de wal waagde. Dat alleen liet denken, dat buiten dit afschrikwekkende landschap meer moest bestaan, iets dat zich volledig van deze grensrealiteit onderscheidde.

De vuilbruine wolken zweefden traag als verzadigd van onweersdreiging over de vlakte en gunden slechts een beklemmende schemer de kans de bodem te beroeren. Ze strekten zich uit tot ver voorbij de horizon. Zelfs de grootste optimist zou er hier het bijltje bij neerleggen. Maar de zuivere, blauwe schijn die vertwijfeld over de grens kwam loeren, bracht me tot een besluit.

En ik richtte mijn stappen naar de angstwekkende poort.

2

Toen de poort dreigend voor me opdoemde, voelde ik me een nietig insect. De totale zwartheid slokte elke lichtstraal op.

Eigenlijk zag je de poort niet. Je wist dat ze er was, precies doordat je niets zag. Een ogenblik meende ik dat het de ingang van een donkere spelonk was, en ik hief aarzelend de hand op om te testen of er een blokkade was. Enkele centimeters voor de donkere leegte hield ik stil. Het was geen weerzin die me verhinderde door te gaan, het was angst voor die absolute afwezigheid van licht. In een opwelling stiet ik de hand vooruit en raakte de poort. Er schoot een kou als een elektrische vonk door mijn lichaam. Geschrokken trok ik de hand terug. De poort was er. Het gevaarte versperde me de weg naar de blauwe nevel. Ik kon de sliertige stralen van hieruit niet zien, hoe steil ik ook omhoog blikte. De poort toornde zo hoog op, dat het leek of ze over me heen welfde.

Langzaam tastte ik met de ogen het metalen obstakel af. Mijn blik gleed van links naar rechts en cirkelde in het midden vertwijfeld rond. Ik slaagde er niet in de scheidslijn van de deurhelften te ontwaren. Ergens moest een naad zijn, maar de duisternis liet niet toe er een spoor van te ontdekken. Ik zag de poort niet, ik zag ook de naden of het slot niet. De enige manier om de grendel te vinden was tastend. Maar de lege koude van het metaal deed me huiveren bij de gedachte aan een tweede aanraking. Geen mens zou zoiets op de tast kunnen onderzoeken. Het besef trof me: langs de poort zou ik de wereld achter de rotsmuur nooit bereiken.

3

De zwartgalligheid van de woestenij overspoelde me als een donkere golf. Ik wankelde van de poort weg en liep droevig langs de rotsmuur. Vertwijfeld blikte ik langs de donkerbruine vorm, die aan de horizon oploste. Een donkerder plek viel me op. Ze begon bij de grond en klom vernauwend tot manshoogte op. Ze was zwarter dan de muur, maar niet zo zwart als de poort. Toen ik er voor stond, leek het alsof de vlek diepte had. Ik reikte met de hand naar voren en aarzelde even bij de herinnering aan de aanraking met de poort. Ik haalde de schouders op. Het kon niet erger worden en heel eventjes kon geen kwaad.

Deze keer trof mijn hand niets, ze drong in de vlek en verloor zich in de duisternis. Het voelde fris maar niet onaangenaam aan. Weifelend deed ik een pas naar voren, en daarna een volgende. Ik belandde in een volslagen duisternis. Ik draaide me om en zag de vlakte. Langzaam wendden mijn ogen aan de duisternis en begon ik vormen te onderscheiden, te weinig om details te zien, maar genoeg om me zonder verrassingen een weg door de kloof te banen.

4

Ondanks de kronkelingen vertelde mijn richtingsgevoel me, dat de spleet door de rotsmuur drong. Soms daalde de breuk, maar ze liep nog vaker omhoog. Ik begon langzaam hoop te krijgen. Die hoop werd beloond toen achter de laatste bocht een zwak, blauw schijnsel zichtbaar werd. Ik naderde traag en stil, alsof ik bevreesd was dat het bij mijn nadering zou opschrikken en wegvluchten. Maar het bleef. De kloof had me door de rotswand gevoerd.

Mijn hart sloeg sneller toen ik me de spleet uit wrong en de rijkdom van het land voor me zag.

"Natuurlijk," lachte ik, "je kunt de Wereld der Fantasie niet langs de hoofdingang bereiken."

Eerdere publicaties:

Van hoofdstuk 1:

1984 in "K.O.L.B." nr. 2, onder de naam Peter Motte

1984 in "In en om St.-Amandus", sept.-okt., onder de naam Motz I. Motte

Van het volledige verhaal:

1987, in "Fantastische vertellingen", nr. 19, feb., onder de naam Motz I. Motte

1996, in "SF Terra" nr. 140, oktober, onder de naam Peter Motte

1999, in "De Tijdlijn" nr. 31, lente, onder de naam Peter Motte




Aanmelden
Gebruikersnaam

Wachtwoord

U kan hier gratis een account aanmaken.

 


Page created in 0,012849 seconds.